Vechtscheidingen

Het is de Week tegen Kindermishandeling. Deze week wordt extra aandacht besteed aan slachtoffers van kindermishandeling en wordt een beroep gedaan op iedereen om in actie te komen bij een vermoeden van kindermishandeling. “Kijk niet weg, maar meldt het en doorbreek de cirkel van geweld. Daarmee kun je het leven van een mishandeld kind voorgoed veranderen”, zo luidt het thema dit jaar.

Aanleiding ook om stil te staan bij al die kinderen die een problematische scheiding van hun ouders meemaken.

Veel mensen realiseren zich niet dat het betrekken van kinderen in een vechtscheiding ook een vorm van kindermishandeling is. Deskundigen zijn hier inmiddels van overtuigd. Diverse onderzoeken hebben jaren geleden al uitgewezen dat jongeren na een vechtscheiding een hogere kans hebben op agressiviteit, verslaving en crimineel gedrag (Spruijt, 2007). Ook is de kans op depressieve gevoelens groter na het meemaken van een ruziescheiding van de ouders. Hoe meer conflict bij de scheiding van de ouders, hoe ernstiger de depressie bij de jongeren (Blijlevens e.a. 2005).

Kinderen hebben bepaalde basisbehoeften. Als ouders verwijtbaar nalaten in die elementaire behoeften van kinderen te voorzien, is er sprake van verwaarlozing. Kinderen moeten leren om te gaan met conflicten. Het voorbeeld dat vechtende ouders hen geven, draagt hier zeker niet positief aan bij. Dat stemt niet erg positief voor de toekomst.

Meer kans op gedragsproblemen en psychische problemen dus na het meemaken van een vechtscheiding. Maar ook deze ouders willen allemaal het beste voor hun kind. Waarom zijn er dan toch nog zoveel problematische scheidingen?

Een periode van boosheid en strijd nadat twee mensen uit elkaar gaan is onvermijdelijk en soms ook heilzaam en nodig om los te komen van elkaar en een eigen leven te kunnen beginnen zonder die ander. Vechten en de ander de schuld geven zijn bovendien natuurlijke primaire reacties om verdriet en frustratie over de mislukte relatie en eigen falen nog even weg te houden. Het hoort erbij dus, zou je kunnen zeggen. Maar wanneer dit geruzie te lang aanhoudt, gaat het mis. Dan wordt de strijd met de andere ouder een ongezonde afweer, die steeds aanzet tot nieuwe strijd. Men denkt vaak: “Zolang we vechten, is nog niet alles verloren” en juist de kinderen staan in die strijd vaak centraal. Soms is sprake van werkelijke, onbaatzuchtige, ouderlijke zorg om het kind. Soms ook van een begrijpelijke, maar negatief gekleurde interpretatie van omstandigheden. Bijvoorbeeld een kind dat na een verblijf bij de andere ouder compleet uit zijn doen terugkomt. Heeft het het vreselijk gehad bij die andere ouder, of moet het gewoon steeds opnieuw weer even wennen aan de situatie thuis en aan het hebben van twee thuissituaties, één bij papa en één bij mama?

Psychologisch gezien ligt het voor de hand dat er juist om de kinderen wordt gevochten: zij zijn voor de meeste ouders het dierbaarste wat ze hebben. Ze zijn partner, huis en haard en toekomstplaatje al kwijt, dan willen ze niet ook nog eens hun geliefde kroost kwijtraken. Het ouderschap is bovendien een deel van hun identiteit. De strijd die rondom de scheiding wordt gevoerd, is dan ook meestal een gevecht om zelfbehoud.

Het is de hoogste tijd dat vechtende ouders zich dit realiseren en niet doorvechten zogenaamd in het belang van hun kind. Het kind wil maar één ding en dat is dat het geruzie stopt. Dat vergt echter heel wat van een ouder wiens leven op dat moment compleet overhoop ligt en niet iedereen is meteen in staat tot een dergelijke vorm van reflectie en veerkracht. Als iedereen zich echter bewust zou zijn van de weerslag van zijn handelen en houding op zijn kind, dan is stoppen met vechten en vrede stichten met de ex-partner en mede-ouder de enige manier. Daar valt veel meer mee te winnen.

Stop kindermishandeling, stop vechtscheidingen. Er moet er één de wijste zijn!